Pubers

  • Geplaatst: 06/06/2013

Mijn pubers hebben alledrie een baantje. Niet om in hun onderhoud te voorzien, want dat doen pa en ma. Maar om de extra’s te bekostigen. En wij vinden dat goed voor hen. Leren werken, omgaan met collega’s en bazen, leren met je eigen geld om te gaan. Maar ja, zoals ik al in een eerdere column zei, pubers zijn toch een heel bijzonder slag mensen.

Eén van mijn pubers vroeg mij laatst: “Mam, dit werk-overhemd is zoooooo véél te groot. Eén van mijn collega’s zei dat ik het hemd te warm moest wassen. Want dan krimpt het. Hoe warm moet ik het dan wassen denk je?” Ik voelde en bekeek het oranje(!)  katoenen(!) overhemd en oordeelde voorzichtig: “Ik ben bang dat het niet zo heel erg zal krimpen. Het is gewoon katoen. En een oversized hemd. Wat jij gewend bent, een getailleerd overhemd, bereik je nooit met warm wassen.” Mijn puber keek me verdrietig aan, “Maar mam, ik loop ziek voor gek!” De snoet van mijn puber stond op tranentrekkend teleurgesteld. Ik voelde dat ik als alleswetende ouder een oplossing moest bieden. Ik legde de werkblouse onder de naaimachine en maakte hem smaller en gaf hem figuurnaadjes. “Perfect mam! Wat een verschil.” En blij trok mijn puber de nieuw modieuze (oranje) outfit aan om aan het werk te gaan.

Eén van mijn andere pubers had intussen melk(!) op mijn keukenraam geknoeid. En bij mij geldt de regel: wat je knoeit, moet je zelf opruimen. Ik had instructies gegeven: “Spiritus, warm water en een beetje sop, een spons, een zeem en een trekker.” De instructies waren helder, maar het resultaat was minder helder: een raam vol strepen en wazen. Mijn oranje getailleerde puber, nog even 26 boterhammen verorberend vóór het werk zag het aan en meldde trots: “Ik kan dat beter. Laatst moest ik op het werk de koelvitrines schoonmaken en naast mij stond een mevrouw te tobben wat ze wilde hebben. Toen ze besloten had en wat wilde pakken stootte ze met haar hand tegen de schone vitrinedeur. Ze keek naar me en zei: “Je hebt ze wel héél erg netjes schoongemaakt, zeg!” Mijn ene puber was trots en de andere was not-amused. De laatste zei  “Wat een kapot-rotte opmerking! Moet jij niet gaan werken, of zo?”