Samen sterker

  • Geplaatst: 22/02/2013

 

pinnenEen tijd terug stond ik bij de pinautomaat van de Rabobank aan de Dorpsstraat in Oosterhout. Een oudere heer stond voor me, zijn rollator naast hem. Terwijl hij zich opmaakte om te gaan pinnen draaide hij zich eerst nog even naar mij om. Vriendelijk zei hij tegen me: “U mag wel voorgaan hoor”. En verontschuldigend: “Ik ben niet meer zo snel”. Ik haastte me tegen hem te zeggen, dat dat helemaal geen probleem was en dat hij vooral gewoon zijn tijd moest nemen. Hij knikte dankbaar naar me: “Ik pin hier nu zelf. Vroeger deed mijn schoondochter het voor me. Maar” en in zijn stem klonk trots door, “Het werd tijd dat ik het zelf leerde. De overheid wil dat wij ouderen langer zelfstandig blijven. En zelf pinnen hoort bij zelfstandigheid en onafhankelijkheid”. Hij knikte een paar keer. Ik zei: “Geweldig meneer!” Hij lachte een brede grijns naar me en draaide zich om naar de pinautomaat.

Hij stak zijn pasje in de automaat en wachtte. Toen hoorde ik hem zacht in zichzelf zeggen: “zes, vier, acht, vijf”. Ik schoot in de lach. Toen hij klaar was en zich omdraaide, trots dat de transactie gelukt was, zei ik hem: “Meneer, de volgende keer dat u zelf pint kunt u beter de pincode niet hardop zeggen, ook niet heel zachtjes”. “Oja” zei de oudere heer en hij kreeg een lief schaamroodje op zijn kaken.

 

De volgende dag reed ik terug van een boodschapje op het industrieterrein in Elst. En daar zag ik het indrukwekkende nieuwe gebouw van de Rabobank. In mijn portemonnee had ik nog Zwitserse Franken, dus ik dacht: “Een mooie reden om een keer naar binnen te gaan”. Ik betrad het gebouw door twee grote automatisch openschuivende glazen deuren, en kwam in een enorme hal: ruim, licht, GROOT en héél indrukwekkend. Inclusief een enorme brede marmeren trap als uit een romantische speelfilm. Ik voelde me erg klein. Toen ik rondkeek en zocht naar een balie realiseerde ik me dat het gebouw er van binnen helemaal niet uitzag als een bank. Ik begon te twijfelen.

Er kwam een perfecte juffrouw naar me toe. “Kan ik u helpen?” vroeg ze met een zachte, zwoele stem. “Ik weet het niet,” gaf ik ongemakkelijk toe. “Ik dacht dat dit een bank was. Ik was in Zwitserland en heb van die munten over en dacht dat ik ze misschien hier kon wisselen…..” De schoonheid keek me vriendelijk aan en zei: “Oh, nee, daarvoor kunt u hier niet terecht“. “Maar dit is toch een bank,”stamelde ik blond en uit het veld geslagen. De bevallige dame glimlachte me schalks toe. “Jaaaa,” zei ze: “Maar deze bank is alléén voor ADVIES”.

 

Toen ik weer in mijn auto zat moest ik denken aan de trotse oudere heer, een paar weken daarvoor bij de inmiddels opgeheven geldautomaat van de Rabobank in de Dorpsstraat. En aan de mislukte queeste van de Dorpsraad om de geldautomaat voor het dorp te behouden. Zouden deze trotse onafhankelijke oude heer, of de andere inwoners van Oosterhout gebaat zijn bij een bank voor alleen ADVIES?

En terwijl ik het dacht hoorde ik op mijn autoradio het nieuwste Rabobankspotje: “Samen sterker, dat is het idee van coöperatief bankieren”. Oei, slecht bezig, Rabobank!